9 uren geleden
Bedankt allemaal voor de reacties en tips, daar kan ik veel mee! Ik bundel mijn antwoorden even per onderwerp.
`
Vermogen (@Arend-Jan): die 210–215 W trap ik alleen op de open kanaalstukken (Albertkanaal en Netekanaal), niet over de hele rit. Over een volledige woon-werkrit van 39 km, met het stadsgedeelte en alle lichten erbij, zit ik gemiddeld rond de 165 W.
Kap (@Arend-Jan): bedankt voor deze suggestie, daar had ik zelf nog niet aan gedacht! Ik rij met de kap op, maar mijn kap heeft geen zijruiten: de zijkanten zijn gewoon open, zo is hij gemaakt. Ik rij dus altijd met open zijkanten, niet omdat ik ervoor kies, maar omdat er niets is om dicht te doen.
Ik begrijp wel waarom dichtmaken bij jou zoveel scheelt: met open zijkanten stroomt er lucht de kap in en wervelt die rond je hoofd en schouders, en dat kost watts. Omdat ik dat het hele traject meeneem, zit daar bij mij misschien wel een van de grotere winsten.
Twee dingen wil ik wel bewaren als ik ze afsluit. Het eerste is zicht opzij: op kruispunten en bij het in- en uitrijden van fietspaden wil ik goed kunnen kijken. Het tweede is een helder vizier. Mijn huidige vizier (een HJC HJ-05) is bekrast en dampt snel aan, zeker ‘s ochtends vroeg. Er ligt al een nieuw klaar, dat moet ik enkel nog monteren. Er komt ook veel lucht binnen via de luchtinlaat vooraan, dus ik weet niet goed hoeveel de zijopeningen bijdragen aan een condensvrij vizier.
Hoe zou jij die openingen afsluiten zonder te veel zicht te verliezen? Denk je aan transparante zijstukken, bijvoorbeeld uit polycarbonaat, of laat je best een kleine spleet open? En merkte jij bij de Snoek verschil in condens toen je de zijkanten dichtmaakte? Met het nieuwe vizier erop wil ik de zijkanten graag aanpakken, dus als je een aanpak hebt die dicht en helder combineert, hoor ik het graag.
Bandenspanning: terecht opgemerkt. Schwalbe geeft 6–8 bar op voor de Pro One 28-406, en met ~130 kg systeemgewicht zat ik met 6,5 bar aan de onderkant. Achteraan stond de Contact Urban zelfs maar op 3–3,5 bar, onder Continentals minimum van 4 bar. Die heb ik maandag al naar 5 bar gezet.
Zijn de schattingen realistisch? Eens dat het ruwe schattingen zijn, daarom wil ik elke stap apart meten in plaats van te gokken. Dat de Alpha bij de bouw goed afgesteld was, geloof ik zeker. Maar mijn exemplaar is tweedehands met zo’n 28.000–30.000 km op de teller, en ik vond al een paar dingen die niet meer in orde waren:
Over de range van 0–20 W voor de sporing: die is zo breed omdat ik nog niet weet hoe ver mijn sporing er nu naast zit. Ik heb ze enkel ruw met een rolmeter gemeten. Mijn ruwe inschatting is dat het verlies ongeveer met het kwadraat van de afwijking stijgt: 3 mm zou rond 1,5 W kosten bij 40 km/u, 12 mm al rond de 20 W. Dit weekend meet ik ze beladen na met de uitlijntool.
Wielkasten: @Arend-Jan, bedankt voor de tip over Christian Winchen, die ga ik contacteren op het Duitse forum. Ik lees daar al mee en zag er iemand die veel winst haalde met het beter afsluiten van de wielkasten onderaan, dus dat staat op mijn lijstje.
Houding en comfort (@datakneder): goed punt, dat ontbrak in mijn lijstje en dat neem ik mee. Welke armsteunen gebruik jij bij je tankstuur?
Rijtechniek: herkenbaar, en ik let erop. Uit mijn ritanalyse blijkt dat het meeste tijdverlies in het stadsgedeelte zit, bij lichten en bochten, niet langs het kanaal. Ik rij met een 10-secondengemiddelde van mijn vermogen op de Garmin, zodat ik na een bocht of een licht niet te hard optrek. Daarmee ging het aandeel tijd binnen mijn doelband van ongeveer 44% naar 67%. En het kiepen: daar heb ik respect voor, ik leer nog hoe hard ik veilig door een bocht kan. Ook de waarschuwing om mijn spieren de tijd te geven neem ik ter harte.
Wind, temperatuur en luchtdruk: daarom heb ik historische weerdata van Windfinder gekocht (meetstation luchthaven Antwerpen). Op hetzelfde kanaalstuk scheelt het tussen een dag met mee- of tegenwind al gauw 15–30 W, dus zonder die data vergelijk ik appels met peren.
Vanaf nu hou ik bij elke rit windrichting, windsnelheid, luchttemperatuur en luchtdruk bij, en interpreteer ik de cijfers daarnaar. Uit temperatuur en luchtdruk bereken ik de luchtdichtheid per rit, zodat een koude dag met dichte lucht niet onterecht slechter uitvalt. Gisteren was het bijvoorbeeld 13 °C tegenover 23 °C op mijn vergelijkingsrit van 25 september, en dat scheelt al een paar watt. De wind zet ik per ronde ernaast (kop-, zij- of meewind), zodat ik ritten met gelijkaardige omstandigheden met elkaar kan vergelijken.
Het effect van kou op de rolweerstand van de banden reken ik niet weg, dus daar hou ik deze winter rekening mee bij het lezen van de cijfers. Eén rit zegt weinig, maar door elke dag hetzelfde traject te rijden en alle omstandigheden te noteren, zou er na verloop van tijd een betrouwbare trend zichtbaar moeten worden, los van het weer.
Wat zijwind betreft, @datakneder: bij mij viel dat gisteren eigenlijk mee. Het stuk met pure zijwind langs het Albertkanaal was mijn beste ronde (omgerekend 213 W bij 45 km/u, tegenover een baseline van rond 220 W). Het laatste stuk met schuine tegenwind langs het Netekanaal kostte meer. Maar dat is één rit, dus dat volg ik verder op.
Volgende stap, vanochtend: ik verhoog de bandenspanning nog een stap:
Let wel: de ochtendrit gaat in de andere richting en grotendeels in het donker, dus die vergelijk ik met andere ochtendritten. De rit naar huis van vanavond is de echte vergelijking met maandag. Volgens het meetstation staat er vanochtend een zuidenwind van rond de 20 km/u bij 14 °C.
Ik hou jullie op de hoogte!
Groeten,
Ivan
`
Vermogen (@Arend-Jan): die 210–215 W trap ik alleen op de open kanaalstukken (Albertkanaal en Netekanaal), niet over de hele rit. Over een volledige woon-werkrit van 39 km, met het stadsgedeelte en alle lichten erbij, zit ik gemiddeld rond de 165 W.
Kap (@Arend-Jan): bedankt voor deze suggestie, daar had ik zelf nog niet aan gedacht! Ik rij met de kap op, maar mijn kap heeft geen zijruiten: de zijkanten zijn gewoon open, zo is hij gemaakt. Ik rij dus altijd met open zijkanten, niet omdat ik ervoor kies, maar omdat er niets is om dicht te doen.
Ik begrijp wel waarom dichtmaken bij jou zoveel scheelt: met open zijkanten stroomt er lucht de kap in en wervelt die rond je hoofd en schouders, en dat kost watts. Omdat ik dat het hele traject meeneem, zit daar bij mij misschien wel een van de grotere winsten.
Twee dingen wil ik wel bewaren als ik ze afsluit. Het eerste is zicht opzij: op kruispunten en bij het in- en uitrijden van fietspaden wil ik goed kunnen kijken. Het tweede is een helder vizier. Mijn huidige vizier (een HJC HJ-05) is bekrast en dampt snel aan, zeker ‘s ochtends vroeg. Er ligt al een nieuw klaar, dat moet ik enkel nog monteren. Er komt ook veel lucht binnen via de luchtinlaat vooraan, dus ik weet niet goed hoeveel de zijopeningen bijdragen aan een condensvrij vizier.
Hoe zou jij die openingen afsluiten zonder te veel zicht te verliezen? Denk je aan transparante zijstukken, bijvoorbeeld uit polycarbonaat, of laat je best een kleine spleet open? En merkte jij bij de Snoek verschil in condens toen je de zijkanten dichtmaakte? Met het nieuwe vizier erop wil ik de zijkanten graag aanpakken, dus als je een aanpak hebt die dicht en helder combineert, hoor ik het graag.
Bandenspanning: terecht opgemerkt. Schwalbe geeft 6–8 bar op voor de Pro One 28-406, en met ~130 kg systeemgewicht zat ik met 6,5 bar aan de onderkant. Achteraan stond de Contact Urban zelfs maar op 3–3,5 bar, onder Continentals minimum van 4 bar. Die heb ik maandag al naar 5 bar gezet.
Zijn de schattingen realistisch? Eens dat het ruwe schattingen zijn, daarom wil ik elke stap apart meten in plaats van te gokken. Dat de Alpha bij de bouw goed afgesteld was, geloof ik zeker. Maar mijn exemplaar is tweedehands met zo’n 28.000–30.000 km op de teller, en ik vond al een paar dingen die niet meer in orde waren:
- de spaken van de oude voorwielen stonden behoorlijk los en een paar waren beschadigd (er zitten inmiddels nieuwe wielen in)
- er zat duidelijk speling in de besturing; nieuwe stuurplaten en volcarbon tankstuurarmen liggen klaar
- een aangepaste stapel elastomeren in de voorvering
- een uitgesleten mond van de kettingbuis
Over de range van 0–20 W voor de sporing: die is zo breed omdat ik nog niet weet hoe ver mijn sporing er nu naast zit. Ik heb ze enkel ruw met een rolmeter gemeten. Mijn ruwe inschatting is dat het verlies ongeveer met het kwadraat van de afwijking stijgt: 3 mm zou rond 1,5 W kosten bij 40 km/u, 12 mm al rond de 20 W. Dit weekend meet ik ze beladen na met de uitlijntool.
Wielkasten: @Arend-Jan, bedankt voor de tip over Christian Winchen, die ga ik contacteren op het Duitse forum. Ik lees daar al mee en zag er iemand die veel winst haalde met het beter afsluiten van de wielkasten onderaan, dus dat staat op mijn lijstje.
Houding en comfort (@datakneder): goed punt, dat ontbrak in mijn lijstje en dat neem ik mee. Welke armsteunen gebruik jij bij je tankstuur?
Rijtechniek: herkenbaar, en ik let erop. Uit mijn ritanalyse blijkt dat het meeste tijdverlies in het stadsgedeelte zit, bij lichten en bochten, niet langs het kanaal. Ik rij met een 10-secondengemiddelde van mijn vermogen op de Garmin, zodat ik na een bocht of een licht niet te hard optrek. Daarmee ging het aandeel tijd binnen mijn doelband van ongeveer 44% naar 67%. En het kiepen: daar heb ik respect voor, ik leer nog hoe hard ik veilig door een bocht kan. Ook de waarschuwing om mijn spieren de tijd te geven neem ik ter harte.
Wind, temperatuur en luchtdruk: daarom heb ik historische weerdata van Windfinder gekocht (meetstation luchthaven Antwerpen). Op hetzelfde kanaalstuk scheelt het tussen een dag met mee- of tegenwind al gauw 15–30 W, dus zonder die data vergelijk ik appels met peren.
Vanaf nu hou ik bij elke rit windrichting, windsnelheid, luchttemperatuur en luchtdruk bij, en interpreteer ik de cijfers daarnaar. Uit temperatuur en luchtdruk bereken ik de luchtdichtheid per rit, zodat een koude dag met dichte lucht niet onterecht slechter uitvalt. Gisteren was het bijvoorbeeld 13 °C tegenover 23 °C op mijn vergelijkingsrit van 25 september, en dat scheelt al een paar watt. De wind zet ik per ronde ernaast (kop-, zij- of meewind), zodat ik ritten met gelijkaardige omstandigheden met elkaar kan vergelijken.
Het effect van kou op de rolweerstand van de banden reken ik niet weg, dus daar hou ik deze winter rekening mee bij het lezen van de cijfers. Eén rit zegt weinig, maar door elke dag hetzelfde traject te rijden en alle omstandigheden te noteren, zou er na verloop van tijd een betrouwbare trend zichtbaar moeten worden, los van het weer.
Wat zijwind betreft, @datakneder: bij mij viel dat gisteren eigenlijk mee. Het stuk met pure zijwind langs het Albertkanaal was mijn beste ronde (omgerekend 213 W bij 45 km/u, tegenover een baseline van rond 220 W). Het laatste stuk met schuine tegenwind langs het Netekanaal kostte meer. Maar dat is één rit, dus dat volg ik verder op.
Volgende stap, vanochtend: ik verhoog de bandenspanning nog een stap:
- voorbanden (Pro One 28-406): van 6,5 naar 7 bar
- achterband (Contact Urban 42-584): van 5 naar 6 bar, nog binnen Continentals maximum van 6,5 bar
Let wel: de ochtendrit gaat in de andere richting en grotendeels in het donker, dus die vergelijk ik met andere ochtendritten. De rit naar huis van vanavond is de echte vergelijking met maandag. Volgens het meetstation staat er vanochtend een zuidenwind van rond de 20 km/u bij 14 °C.
Ik hou jullie op de hoogte!
Groeten,
Ivan

